Recent schreef ik een blog over het belang van een integraal huisvestingsplan voor sportaccommodaties. De reacties die ik daarop ontving van beleidsmakers, verenigingsbestuurders en sportprofessionals, waren enthousiast en nieuwsgierig.
Daarom dit vervolg: een blik op de sportaccommodatie van morgen.
Van sportgebouw naar maatschappelijke ontmoetingsplek
Sporthallen, zwembaden en sportparken gaan decennia mee. De keuzes die gemeenten vandaag maken, bepalen dus hoe inwoners in 2040 bewegen, elkaar ontmoeten en gezond blijven. Wie nu vooruitkijkt, ziet dat sportaccommodaties veranderen van losse voorzieningen naar multifunctionele, duurzame en sociale plekken in wijk, dorp of stad.
De sportaccommodatie van 2040 is geen sporthal meer in de klassieke zin. Het is een plek waar sport, cultuur, onderwijs, zorg en welzijn samenkomen. Overdag maken scholen gebruik van de accommodatie voor bewegingsonderwijs en gezonde leefstijlprogramma’s. De nog beschikbare ruimten en tijdstippen worden overdag ingevuld door diverse vrijwilligersorganisaties voor ontmoeting, inspiratie en andere zinvolle activiteiten. In de namiddag en avond is er plek voor sportverenigingen, informele sporters en buurtactiviteiten.
Daarbij vervagen de grenzen tussen binnen en buiten en lopen sportvelden, -pleinen en -parken in elkaar over. Het concept Open Sportpark is daarbij een logisch gevolg en zorgt voor een bruisende locatie. Bewegen door inwoners (zowel leden als niet-leden van sportverenigingen) wordt zichtbaar en vanzelfsprekend in de openbare ruimte. De sportaccommodatie fungeert dus als vliegwiel voor fitte, vitale inwoners en sportverenigingen en een leefbare buurt. Ik verwacht daarbij ook meer initiatieven, al dan niet commercieel van aard, van inwoners om laagdrempelig te sporten en bewegen, gebruikmakend van de openbare ruimte.
Flexibel en meebewegend met nieuwe sportvormen
Ook sportgedrag verandert. De trend is al enige tijd dat steeds meer mensen individueel sporten, ongeorganiseerd of in tijdelijke verbanden. Denk daarbij aan hardlopen, wielrennen, mountainbiken en wandelen, maar ook bijvoorbeeld aan urban sports, calisthenics of digitale trainingsvormen. De sportaccommodatie van 2040 speelt hierop in met flexibele ruimtes die eenvoudig aanpasbaar zijn en extra aanbod om dit mogelijk te maken.
Vaste indelingen maken plaats voor multifunctionele zalen, verplaatsbare wanden en demontabele outdoor toestellen. Maar ook de inrichting moet en kan innovatiever. Een prachtig voorbeeld daarvan is de glazen vloer in sporthal Elzenhagen in Amsterdam. Deze glazen LED-vloer toont alleen de lijnen van de sport die op dat moment wordt gespeeld. En dat is alleen de toepassing voor sport. Dit geeft mogelijkheden te over om flexibel mee te bewegen met sportvormen en overige wensen van gebruikers. Ook E-sport wordt meer beoefend en zal een flinke vlucht nemen in het aantal gebruikers.
Verenigingen blijven belangrijk, maar delen vaker ruimtes en voorzieningen. Zo ontstaat efficiënt gebruik van schaarse vierkante meters én meer ontmoeting tussen verschillende doelgroepen.
Duurzaamheid als vanzelfsprekendheid
In 2040 is duurzaamheid geen ambitie meer, maar een randvoorwaarde. Sportaccommodaties zijn energieneutraal of zelfs energiepositief. Ze wekken hun eigen energie op met zonnepanelen en warmtepompen, vangen regenwater op voor veldberegening, zijn gebouwd met circulaire materialen en helpen in de energievoorziening van omliggende wijken en buurten.
Maar duurzaamheid gaat verder dan techniek. Het betekent ook toekomstbestendig ontwerpen, waarbij gebouwen eenvoudig kunnen worden aangepast aan veranderende behoeften. Zo kan een sportzaal met weinig moeite worden omgezet naar een ontmoetingsruimte of (buurt)zorgvoorziening.
Een plek voor iedereen
En misschien is inclusiviteit wel het belangrijkste kenmerk van de sportaccommodatie van de toekomst. De drempel om binnen te lopen is laag (letterlijk en figuurlijk). Er is aandacht voor toegankelijkheid, betaalbaarheid en sociale veiligheid. En in het kader van betaalbaarheid en de ambities op het gebied van preventie en gezonde leefstijl moet gebruik van de sportaccommodatie van de toekomst misschien wel gratis zijn. Ter duiding: in een bericht van Trouw (13 april 2026) is al onderzocht en geconstateerd: ‘stop 1 euro in een sportvereniging en de samenleving wordt 10 euro rijker’. Kortom, investeren in sport loont!
Sportlocaties fungeren als ontmoetingsplek tegen eenzaamheid, als veilige omgeving voor jeugd om zich te ontwikkelen en als startpunt voor een actieve en gezonde leefstijl. Professionals als buurtsportcoaches, docenten en zorgmedewerkers, maar ook vrijwilligers van sportverenigingen en culturele verenigingen werken samen om alle inwoners, dus ook degenen voor wie sporten niet vanzelfsprekend is, te bereiken.
De keuzes van vandaag bepalen 2040
De sportaccommodatie van 2040 ontstaat niet vanzelf. Er is visie, lef en samenhang in beleid voor nodig, zowel lokaal als landelijk. Het vraagt om keuzes die verder gaan dan de korte termijn en investeringen die maatschappelijke waarde centraal stellen.
Door rekening te houden met vergrijzing, individualisering, gezondheid, klimaatadaptatie en digitalisering, bouwen we aan sportvoorzieningen die niet alleen voor vandaag zijn, maar over vijftien jaar misschien wel veel relevanter zijn dan nu. De vraag is dus niet óf sportaccommodaties veranderen, maar hoe en hoe snel. ze (mee) veranderen.
